Brandweermannen met blusslangen snellen naar de achterkant van het pand. Twee anderen rennen naar de kelder waar de 'brand' woedt in het huis.

Dit is maar een voorbeeld, geluid van knisperend vuur. Een rode gloed schijnt door de ramen van het huis. Zo oefenen de leden van de jeugdbrandweer Veldhoven elke week. Oefenen is belangrijk, want als het echte werk zich voordoet moet iedereen meteen weten hoe te handelen. Ieder heeft een eigen taak en samen moeten ze de klus klaren. In een leegstaand huis wordt 'droog' geoefend. Geen echte vlammen, maar een looplicht en een rood knipperlicht met geluid van knisperend vuur moet een heuse brand suggereren. Ook komt er geen water aan te pas om het 'vuur' te doven.

 

Allerlei vragen worden door de bevelvoerder gesteld: betreft het een leegstaand pand? Is de melder ter plaatse? Is de elektriciteit afgesloten? Wat is het tijdstip? Hoe is het weer? Waar is de brandhaard? Is de oorzaak bekend? Pas daarna wordt overgegaan tot actie. Bij de 'echte' brandweer en bij een heuse brand is een goed overleg noodzakelijk. Ieder kent zijn taak.